1
Voor de ganache: breng de room en de honing aan de kook. Overgiet er de gehakte chocolade mee, meng en roer er beetje bij beetje de boter onder. Giet in een schaal, bedek luchtdicht met folie en laat max. 3 u in de koelkast rusten.
2
Voor de boekweitkaramel: laat de boekweit 15 à 20 min. in de oven opdrogen, op 165°C, en laat afkoelen. Maak een karamel met de suiker, zonder toevoeging van vetstof, en blus met de opgewarmde room en honing (let op voor spatten!). Laat alles smelten en overgiet er de gehakte chocolade mee. Voeg 20 g boekweit toe, het zout en meng. Voeg de boter toe zodra de temperatuur van de karamel 30 à 35°C bereikt. Meng en zet in de koelkast, tot de bereiding afgekoeld is.
3
Voor de macaronkoekjes: mix het amandelpoeder met de bloemsuiker en de cacao. Zeef het mengsel en houd apart. Doe 100 g eiwitten in de kom van de menghaak (haal de eieren 2 à 3 u op voorhand uit de koelkast om ze op kamertemperatuur te brengen), voeg de kristalsuiker toe en klop tot een meringue. Meng de 2 bereidingen voorzichtig met een pannenlikker, tot een glad en glanzend mengsel. Spuit de koekjes op een bakplaat en schuif 18 min. in een voorverwarmde oven van 150°C.
4
Voor de roomsaus: meng het merg van het vanillestokje met de mascarpone, de suiker en ¼ van de room. Giet door een puntzeef, voeg de rest van de room toe en meng tot een vloeibare maar smeuïge crème. Dek af en zet in de koelkast.
5
Garneer een macaronkoekje rondom met chocoladeganache en dresseer boekweitkaramel in het midden. Verdeel verse blauwe bessen rond de ganache en bevestig ze met een beetje confituur en ganache. Sluit met het 2e koekje en leg de macarons in het midden van de borden. Serveer, net voor het opdienen, de koude roomsaus naast de macaron. Voeg voor de lekkerbekken een beetje boekweitkaramel toe, werk af met de rest van de gebrande boekweit en eventueel met wat microgreens.
6
Tip: Gebruik een lichte honing, met neutrale smaak (of glucosesiroop als je dit op voorraad hebt).
1
Voor de ganache: breng de room en de honing aan de kook. Overgiet er de gehakte chocolade mee, meng en roer er beetje bij beetje de boter onder. Giet in een schaal, bedek luchtdicht met folie en laat max. 3 u in de koelkast rusten.
2
Voor de boekweitkaramel: laat de boekweit 15 à 20 min. in de oven opdrogen, op 165°C, en laat afkoelen. Maak een karamel met de suiker, zonder toevoeging van vetstof, en blus met de opgewarmde room en honing (let op voor spatten!). Laat alles smelten en overgiet er de gehakte chocolade mee. Voeg 20 g boekweit toe, het zout en meng. Voeg de boter toe zodra de temperatuur van de karamel 30 à 35°C bereikt. Meng en zet in de koelkast, tot de bereiding afgekoeld is.
3
Voor de macaronkoekjes: mix het amandelpoeder met de bloemsuiker en de cacao. Zeef het mengsel en houd apart. Doe 100 g eiwitten in de kom van de menghaak (haal de eieren 2 à 3 u op voorhand uit de koelkast om ze op kamertemperatuur te brengen), voeg de kristalsuiker toe en klop tot een meringue. Meng de 2 bereidingen voorzichtig met een pannenlikker, tot een glad en glanzend mengsel. Spuit de koekjes op een bakplaat en schuif 18 min. in een voorverwarmde oven van 150°C.
4
Voor de roomsaus: meng het merg van het vanillestokje met de mascarpone, de suiker en ¼ van de room. Giet door een puntzeef, voeg de rest van de room toe en meng tot een vloeibare maar smeuïge crème. Dek af en zet in de koelkast.
5
Garneer een macaronkoekje rondom met chocoladeganache en dresseer boekweitkaramel in het midden. Verdeel verse blauwe bessen rond de ganache en bevestig ze met een beetje confituur en ganache. Sluit met het 2e koekje en leg de macarons in het midden van de borden. Serveer, net voor het opdienen, de koude roomsaus naast de macaron. Voeg voor de lekkerbekken een beetje boekweitkaramel toe, werk af met de rest van de gebrande boekweit en eventueel met wat microgreens.
6
Tip: Gebruik een lichte honing, met neutrale smaak (of glucosesiroop als je dit op voorraad hebt).