1
Kook de ongeschilde zoete aardappelen ± 30 min. in kokend water. Hak intussen de bieslook en de helft van de dragon. Laat de zoete aardappelen lauw worden en schil ze. Plet het vruchtvlees met het ei en voeg dan de gehakte kruiden toe. Breng op smaak met peper en zout. Rol tot 4 balletjes, schep ze in een grote braadpan met 1 el hete olijfolie en plet ze lichtjes tot dikke koekjes. Bak ze aan de 2 kanten goudbruin, verlaag het vuur en bak ze nog 5 min. op een zacht vuurtje.
2
Laat de gevogeltefond met 2⁄3 in een steelpan inkoken. Voeg het sap van 2 sinaasappelen toe, de confituur, 1 kl ras el hanout, een beetje chilipoeder en het sap van 2⁄3 van de (geraspte en geperste) gember. Laat op een zacht vuurtje met 1⁄3 inkoken en breng verder op smaak.
3
Kort de lente-uitjes in en snijd ze in stukjes. Hak ze in de beker van de hakmolen fijn met het sap van de rest van de (geraspte en geperste) gember, de peterselieblaadjes, de amandelen, 1 kl ras el hanout en chilipoeder.
4
Verwijder het vel van de kippenbovenbouten. Open ze en plet de vlezigste delen met een mes tot platte stukken. Kruid ze met zout, besmeer ze met de vulling, rol ze op en bind ze dicht. Bak deze rolletjes rondom goudbruin op een zacht vuurtje, in een braadpan met de boter en 1 el olijfolie. Zet het deksel op de pan en laat nog 20 min. op een heel zacht vuurtje bakken.
5
Schil 2 sinaasappelen, de mandarijnen en de citroen à vif. Snijd de partjes tussen de vliezen uit en houd ze apart op keukenpapier.
6
Verwijder het touw van de kiprolletjes, snijd ze in dikke sneetjes en dresseer ze op de borden, met 1 zoete aardappelkoekje en citrusvruchtenpartjes. Besprenkel met een beetje saus, werk af met een takje dragon en serveer.
7
Tip: Vervang de ras el hanout door kardemom voor een Indisch toetsje.
1
Kook de ongeschilde zoete aardappelen ± 30 min. in kokend water. Hak intussen de bieslook en de helft van de dragon. Laat de zoete aardappelen lauw worden en schil ze. Plet het vruchtvlees met het ei en voeg dan de gehakte kruiden toe. Breng op smaak met peper en zout. Rol tot 4 balletjes, schep ze in een grote braadpan met 1 el hete olijfolie en plet ze lichtjes tot dikke koekjes. Bak ze aan de 2 kanten goudbruin, verlaag het vuur en bak ze nog 5 min. op een zacht vuurtje.
2
Laat de gevogeltefond met 2⁄3 in een steelpan inkoken. Voeg het sap van 2 sinaasappelen toe, de confituur, 1 kl ras el hanout, een beetje chilipoeder en het sap van 2⁄3 van de (geraspte en geperste) gember. Laat op een zacht vuurtje met 1⁄3 inkoken en breng verder op smaak.
3
Kort de lente-uitjes in en snijd ze in stukjes. Hak ze in de beker van de hakmolen fijn met het sap van de rest van de (geraspte en geperste) gember, de peterselieblaadjes, de amandelen, 1 kl ras el hanout en chilipoeder.
4
Verwijder het vel van de kippenbovenbouten. Open ze en plet de vlezigste delen met een mes tot platte stukken. Kruid ze met zout, besmeer ze met de vulling, rol ze op en bind ze dicht. Bak deze rolletjes rondom goudbruin op een zacht vuurtje, in een braadpan met de boter en 1 el olijfolie. Zet het deksel op de pan en laat nog 20 min. op een heel zacht vuurtje bakken.
5
Schil 2 sinaasappelen, de mandarijnen en de citroen à vif. Snijd de partjes tussen de vliezen uit en houd ze apart op keukenpapier.
6
Verwijder het touw van de kiprolletjes, snijd ze in dikke sneetjes en dresseer ze op de borden, met 1 zoete aardappelkoekje en citrusvruchtenpartjes. Besprenkel met een beetje saus, werk af met een takje dragon en serveer.
7
Tip: Vervang de ras el hanout door kardemom voor een Indisch toetsje.