1
Banketbakkersroom: snijd het vanillestokje overlangs en schraap er het merg uit. Klop de suiker, de maizena, de eieren en het vanillemerg lichtjes op in een kom. Breng de melk, de room en het vanillestokje aan de kook. Giet er de helft van in het eierenmengsel, zodra de eerste luchtbellen verschijnen. Meng goed en giet alles terug in de kookpot. Klop krachtig op een zacht vuurtje, tot de crème indikt en begint te ‘barsten’. Haal de pan van het vuur, roer er de boter onder, giet in een schaal en dek af met vershoudfolie. Laat volledig afkoelen en zet in de koelkast.
2
Soesjesdeeg: verwarm de oven voor op 180°C en bekleed een ovenplaat met bakpapier. Breng 6,5 cl water in een steelpan aan de kook met de melk, de boter, de suiker en het zout. Haal de pan van het vuur, voeg de bloem in 1 keer toe en meng krachtig tot het deeg van de bodem loskomt. Zet de pan terug op het vuur en meng nog om het deeg te drogen. Schep in een slakom en laat een beetje lauw worden. Voeg de hele eieren, al mengend, één voor één toe en roer tot een homogeen deeg. Doe het deeg in een spuitzak met een ronde tuit en dresseer 6 kleine deeghoopjes van 6 cm diameter op voldoende afstand van elkaar op de ovenplaat en 6 andere van 3,5 cm diameter. Klop de eidooier los met de room en bestrijk er de soesjes mee, met een penseel. Bak ze naargelang hun grootte 20 à 25 min., tot ze mooi goudbruin zijn. Laat op een rooster afkoelen.
3
Klop de koude banketbakkersroom op en schep hem in een spuitzak. Maak een gaatje aan de onderkant van de soesjes en vul ze met crème.
4
Glazuur: meng 1 klein eiwit (30 g) en de frambozencoulis met een klopper in een kom. Roer er beetje bij beetje bloemsuiker onder, tot een glad en amper vloeibaar glazuur (je hebt waarschijnlijk minder dan 250 g suiker nodig). Overgiet de bovenkant van de soesjes met glazuur en laat stollen.
5
Montage: klop de room stijf en schep hem in een spuitzak. Dresseer kleine toefjes room in de vorm van een kroon bovenop de grote soesjes. Leg er de kleine soesjes op en werk af met een maraschinokers.
6
Tip: Vul de soesjes niet te lang op voorhand, anders worden ze slap.
1
Banketbakkersroom: snijd het vanillestokje overlangs en schraap er het merg uit. Klop de suiker, de maizena, de eieren en het vanillemerg lichtjes op in een kom. Breng de melk, de room en het vanillestokje aan de kook. Giet er de helft van in het eierenmengsel, zodra de eerste luchtbellen verschijnen. Meng goed en giet alles terug in de kookpot. Klop krachtig op een zacht vuurtje, tot de crème indikt en begint te ‘barsten’. Haal de pan van het vuur, roer er de boter onder, giet in een schaal en dek af met vershoudfolie. Laat volledig afkoelen en zet in de koelkast.
2
Soesjesdeeg: verwarm de oven voor op 180°C en bekleed een ovenplaat met bakpapier. Breng 6,5 cl water in een steelpan aan de kook met de melk, de boter, de suiker en het zout. Haal de pan van het vuur, voeg de bloem in 1 keer toe en meng krachtig tot het deeg van de bodem loskomt. Zet de pan terug op het vuur en meng nog om het deeg te drogen. Schep in een slakom en laat een beetje lauw worden. Voeg de hele eieren, al mengend, één voor één toe en roer tot een homogeen deeg. Doe het deeg in een spuitzak met een ronde tuit en dresseer 6 kleine deeghoopjes van 6 cm diameter op voldoende afstand van elkaar op de ovenplaat en 6 andere van 3,5 cm diameter. Klop de eidooier los met de room en bestrijk er de soesjes mee, met een penseel. Bak ze naargelang hun grootte 20 à 25 min., tot ze mooi goudbruin zijn. Laat op een rooster afkoelen.
3
Klop de koude banketbakkersroom op en schep hem in een spuitzak. Maak een gaatje aan de onderkant van de soesjes en vul ze met crème.
4
Glazuur: meng 1 klein eiwit (30 g) en de frambozencoulis met een klopper in een kom. Roer er beetje bij beetje bloemsuiker onder, tot een glad en amper vloeibaar glazuur (je hebt waarschijnlijk minder dan 250 g suiker nodig). Overgiet de bovenkant van de soesjes met glazuur en laat stollen.
5
Montage: klop de room stijf en schep hem in een spuitzak. Dresseer kleine toefjes room in de vorm van een kroon bovenop de grote soesjes. Leg er de kleine soesjes op en werk af met een maraschinokers.
6
Tip: Vul de soesjes niet te lang op voorhand, anders worden ze slap.