• Onze winkels
Delhaize wenst je gelukkige feesten: Geniet nu van 3% korting op al jouw online boodschappen + Gratis levering of afhaling in een Collect punt* tot 31 december.  Shop nu >

Vijf Fairtrade producenten in de kijker

Cacao was een echt mannenwereldje

"Ik werk al heel lang op de cacaovelden. Al meer dan 25 jaar, denk ik. Cacao kweken is hier, in de Dominicaanse Republiek, nog echt een familiezaak. Iedereen die kan, moet helpen, anders draait de boerderij niet naar behoren. Veel van de cacaoboeren van Conacado, onze coöperatie, hebben dan ook niet of nauwelijks school gelopen. Ik wel, ik ben zelfs naar de universiteit gegaan. Dat kon door de Fairtradepremie, want met dat geld worden beurzen uitgereikt en opleidingen georganiseerd.

Dat laatste is vooral voor ons, vrouwen, belangrijk. Tot voor kort was de cacaoteelt een echt mannenwereldje, de vrouwen werden er niet bij betrokken. Als een vrouw al meewerkte op de velden, was het meestal om de saaie klusjes op te knappen. Nu kunnen we lessen volgen over hoe de cacaoproductie verloopt, zodat we evenveel weten als onze mannen. Soms weten we zelfs meer door die opleidingen. Hoe we organische mest moeten maken, bijvoorbeeld. Of wat we nog allemaal kunnen aanvangen met onze cacao en onze cacaoplanten. Koekjes, wijn en jam zijn maar een paar voorbeelden van wat we hebben leren maken. Door die te verkopen, brengen we wat extra geld in het laatje. En alle beetjes helpen, niet? We leven en werken hier graag. We hopen dan ook dat we hier kunnen blijven en samen een beter leven kunnen opbouwen. Voor het moment lukt dat aardig. En dat hebben we voor een groot stuk te danken aan onze cacao."

Jacuba Garcia Monegros, 41 jaar, moeder van drie kinderen, cacaoboerin voor Conacado, Dominicaanse Republiek.

Biologische koffie zorgt voor een betere levensstandaard

"Ik ben 41 jaar en koffieboer uit Peru. Mijn vrouw heet Elvira Camacho Cruz. Ze is 30 jaar en komt uit dezelfde streek. We hebben twee kinderen: Alfrán is 7 jaar en Camila 2.

Ik zit in het vak sinds mijn tiende. Toen hielp ik mijn ouders al op het land. Ik ben de jongste van vier zoons. Toen ik 20 jaar was, overleden mijn beide ouders en was ik degene die het bedrijf moest runnen. Een van mijn broers overleed ook en de andere twee vertrokken naar verschillende steden om daar werk te vinden. De boerderij was te klein om mijn broers en hun gezinnen ook nog te onderhouden. Ik ben lid van de coöperatie Huadquiña sinds mijn zestiende en produceer biologische koffie sinds 1995. Lid zijn van de coöperatie is belangrijk voor een kleine boer, want gezamenlijk kunnen we beter zorgen voor de goede verkoop van onze koffie. Daar zorgt het overkoepelend orgaan COCLA voor. Zij regelen een betere prijs. Maar ik krijg ook technische ondersteuning bij de koffieteelt, en ik kan goedkoop krediet krijgen.

Ik ben ervan overtuigd dat een coöperatie een van de beste organisatievormen is om je producten te verkopen. En Fairtrade heeft geholpen onze levensstandaard te verbeteren. Ik geef mijn koffie veel aandacht, want ik weet dat er met een goede kwaliteit meer mensen zijn die het willen drinken en ons willen steunen. Alle boeren zouden op het milieu moeten letten en een biologische productiemethode moeten nastreven."

Alejandro, koffieboer in Peru

Trots om te werken voor eerlijke bananenhandel

Renson staat elke ochtend om zes uur op. Zijn vrouw maakt voor hem het ontbijt, dat meestal bestaat uit rijst en groene bananen. Om half acht, is hij aan het werk op zijn stukje land van 3 hectare, samen met zijn broer en oom. Een keer per week worden met hulp van lokale arbeiders de grootte en kwaliteit van bananen gecontroleerd. Dan wordt het fruit verpakt voor transport naar de haven.

Renson en zijn familie irrigeren het land, verwijderen onkruid en verpakken de trossen bananen in plastic om ze te beschermen tegen insecten. Na een lunchpauze rond elf uur (soms met verse vis uit de nabijgelegen haven), neemt Renson terug het werk op tot zestien uur. Dan ontspant hij met familie. In aanvulling op de wekelijkse vergadering van de aangesloten boeren, organiseert de coöperatie El Guabo ook leuke feesten en richtte ze een eigen voetbalclub op. En Renson neemt maar al te graag deel aan een wedstrijdje. Hij hoopt dat het onderwijs zijn kinderen zal bieden wat hij gemist heeft. "Ik was enig kind, ik moest de school verlaten om te werken op de boerderij."

Voor Renson resulteert de eerlijke handel die door Max Havelaar wordt bepleit in stabielere en hogere vergoedingen voor zijn oogst en stimuleert het hem om het gebruik van chemicaliën op zijn land te verminderen. "Bananen zijn zachter," zegt hij, "Ze smaken beter. Andere producenten zeggen niet hetzelfde: het kan hen niet deren hoeveel chemicaliën ze gebruiken. "De coöperatie heeft een lening aan Renson toegestaan zodat hij zijn land kan irrigieren en water tanks kan bouwen om de bananen te wassen. Hier helpen de leden elkaar ondelring en lenen ze elkaar geld indien nodig. Renson is trots op het huis dat hij voor zijn vrouw en twee jonge kinderen heeft gebouwd sinds hij bananen verkoopt op de Fairtrade markt. Zijn vader heeft nu ook zijn eigen huis, het oude houten huis naast de deur. Renson wil gewoon verder bananen kunnen verkopen. Hij wil niet dat Max Havelaar verdwijnt, "We zijn geen miljonairs, maar we zijn er trots op om te werken voor eerlijke handel. Wij leveren de beste bananen en we krijgen een eerlijke prijs. We kunnen elkaar helpen en de arbeiders ondersteunen."

Renson, bananenboer

Koffie is onze enige bestaanszekerheid

"In 1986 ben ik bij KCU komen werken; daarvoor werkte ik bij de overheid De coöperatie heeft vroeger voor mij de school betaald, dus toen ik de kans kreeg er te gaan werken greep ik die aan. Nu ben ik de exportmanager. Ik werk in Moshi, waar ik een klein exportkantoor run in het Kahawa House (koffiehuis). Dat is ver van streek Kagera waar onze boeren de koffie telen, maar hier in Moshi wordt elke week de koffie geveild. Ons exportkantoor wordt ook wel het Fairtrade-kantoor genoemd, omdat dit alles alleen mogelijk is door fairtrade. Ik ben getrouwd met Mecktilda en we hebben samen zes kinderen, 3 jongens en 3 meisjes. Mijn vrouw en de kleinere kinderen wonen tegenwoordig bij me hier in Moshi, maar ons thuis is Kagera. Ik ben zelf ook boer en heb met mijn familie in Kagera een stuk grond. Als ik verkoop aan Fairtrade krijg ik driemaal zoveel als normaal. Dus dan kan ik niet één maar drie kinderen naar school sturen. We kunnen wat meer verdienen en wat gemakkelijker in onze dagelijkse benodigdheden voorzien.

Toen ik een bekend koffiebedrijf bezocht zei men mij dat je de markt zijn werk moet laten doen en geen subsidies moet geven. Maar boeren gaan niet meer produceren als de prijs een beetje stijgt. Ze kunnen hun volume niet zomaar verdubbelen. Ik heb thuis een acre en 60 koffiestruiken en kan, als ik geluk heb, 200 kilo koffie oogsten. Als ik een betere prijs krijg zal ik mijn 60 koffiestruiken meer aandacht kunnen geven en zal ik blij zijn met mijn koffieproductie. Ik heb geen extra land om mijn koffie uit te breiden zoals op een plantage. Maar evenmin kan ik mijn koffiestruiken zomaar afstoten. Mijn grootvader had ze al en mijn vader; ze zijn onze enige bestaanszekerheid. Ook al zijn de prijzen nu laag, ik kan ze niet zomaar omhakken. Wat moet ik anders verbouwen; ik heb niets anders te doen. Iemand hier in de buurt dacht erover zijn bomen om te hakken, maar zijn vriend zei toen: "Waar moet je dan toch nog met anderen over praten?"

Als consumenten onze producten gebruiken, laat ze dan proberen fair te denken, eerlijk naar de mensen en eerlijk naar het milieu. Ze kunnen een redelijke prijs betalen, tenminste een prijs die de productiekosten dekt. Zeg niet dat de marktkrachten het wel zullen oplossen; op die manier zullen veel mensen het loodje leggen."

Suiker is onze enige hoop

"Vroeger kweekte ik rijst, maar dat was geen succes. Rijst is een luxeproduct en dat krijg je moeilijk verkocht. Toen de suikerfabriek wou uitbreiden, ben ik overgeschakeld op suikerriet. Dat is niet van een leien dakje verlopen, vooral in het begin. Er moest veel geïnvesteerd worden, voor irrigatie en zo, maar wij hadden geen inspraak. Sinds we voldoen aan de Fairtrade-criteria, hebben we die wel en beginnen we de vruchten van ons werk te plukken.

Ik kweek dus suiker, maar ik heb ook nog een lapje grond waar ik maïs en groenten kweek. Ik heb dus veel werk, maar het is het waard. Ik heb nu een huis van baksteen en er is elektriciteit in het dorp. We hebben waterputten kunnen boren. Vroeger moesten we naar de rivier lopen. Het stikt daar van de krokodillen en het water is vervuild. Mensen werden er ziek van.

We willen nu scholen bouwen voor onze kinderen. Ik heb zelf drie kinderen, maar mijn vrouw en ik zorgen voor zeven. Hier in Malawi is het normaal om kinderen in je gezin op te nemen, als de ouders er niet meer voor kunnen zorgen of overleden zijn. Wat ik graag wil, voor mezelf? Een televisie en een paar geiten."

Exford Dimo, suikerboer voor Kasinthula Cane Growers, Malawi

Nog meer inspiratie ...

Toevoegen aan de lijst
U lijkt nog geen boodschappenlijst te hebben. Klik op de knop onderaan om een nieuwe lijst aan te maken.
Dit product werd al toegevoegd aan deze lijst.
Het product is toegevoegd aan de lijst