|

Type 2-diabetes komt veel vaker voor dan type
1. In België lijden 85 tot 90% van de diabetici aan deze vorm.
Dit type komt het vaakst aan het licht bij volwassen en oudere mensen
en hangt heel dikwijls samen met overgewicht of zwaarlijvigheid.
We merken op dat gezien de toename van zwaarlijvigheid in de industrielanden,
artsen de ziekte vaker vaststellen bij jongeren. Zo lijden in de
VSA 20% van de adolescenten met diabetes aan type 2, terwijl dat
kort geleden nog minder dan 1% was.
Er is een sterke genetische component met stoornissen
van de insuline-afscheiding, namelijk een vertraagde afscheiding
van insuline door de pancreas en een gestoorde gevoeligheid voor
insuline, we spreken van insulineresistentie.
Type 2-diabetes wordt in de eerste plaats behandeld
via gezondheids- en dieetmaatregelen, aangevuld, indien de diabetoloog
dat nuttig acht, met een geneesmiddelenbehandeling (hypoglycaemica,
insuline). Deze vorm van diabetes werd al te lang gebanaliseerd.
Het is een ernstige ziekte die te duchten complicaties kan meebrengen.
Wat houden die gezondheids- en dieetmaatregelen
precies in?
Er wordt preventief van start gegaan met een
aangename voeding die het gewicht onder controle houdt of het doet
dalen door het stimuleren van regelmatige lichaamsbeweging. Er wordt
voor gezorgd dat de type 2-diabeticus in de buurt van een BMI (Body Mass Index) van
25 komt.
Vroeger spraken we van een afslankdieet om de
verstoorde glykemie te herstellen. Aangezien deze aanpak tegenwoordig
door de patiënten als heel negatief wordt ervaren, verkiezen
we om de bij de patiënten waargenomen fouten in hun voeding
geleidelijk te corrigeren. We moeten afstappen van de obsessie voor
calorieën, door een algemene aanpak voor te stellen : een geheel
van veranderingen in de levenswijze op basis van een progressie.
We moeten de weerstand tegen veranderingen overwinnen. Dit is een
werk van lange adem dat moet leiden tot één resultaat
: gewichtsverlies en normoglykemie, gekoppeld aan een comfortabel
dagelijks leven.
De arts en de diëtist(e), die nauw samenwerken, bepalen op basis van een goed gesprek over de voeding de gewenste hoeveelheid energie (totale calorieën) voor elke diabetespatiënt.
Gewenste BMI : 20-25 stemt overeen met het in kg uitgedrukte gewicht, gedeeld door de lengte uitgedrukt in meter. Om alle voedingsmiddelen waarover wij beschikken, beter te beheren, moet de indeling van de voedingsdriehoek worden gewijzigd :
- Top : vetten
- 2e niveau : vlees, vis, gevogelte, eieren - melkproducten
- 3e niveau : zetmeelhouders
- 4e niveau : groenten en fruit, maar let op : groenten sterk verschuiven ten opzichte van fruit (+++groenten)
- 5e niveau : dranken
Er moet worden gewezen op de hoeveelheid en de kwaliteit van zowel eiwitten (vlees, vis, gevogelte, eieren en melkproducten) als vette voedingsmiddelen en gluciden of suikers in het algemeen. Het begrip " glykemie-index " (GI) dat de snelheid en de intensiteit uitdrukt waarmee een bepaald voedingsmiddel de glykemie verhoogt, moet aan de patiënten duidelijk worden toegelicht en door hen worden opgenomen, zodat zij welbewust voedingsmiddelen met een lage of matige GI kunnen gebruiken.
Een goede kennis van de etikettering van bereide voedingswaren vergroot de autonomie van diabetici.
Een goede sensibilisering voor suikervervangers (calorievrije zoetstoffen en polyolen) moet worden voorgesteld om het nuttige aan het aangename te paren.
Type 2 : gevolgen voor het leven van elke dag
De type 2-diabeticus leeft zoals u en ik, maar met de aanzienlijke beperking dat hij minder mag eten en meer moet bewegen.
Zo'n patiënt moet zich in de eerste plaats goed in zijn vel voelen en zijn gezond verstand gebruiken bij de keuze van minder vette, minder gesuikerde en caloriearmere voedingsmiddelen. In onze eerder fastfoodgerichte samenleving is dat soms moeilijk, maar haalbaar voor wie gemotiveerd is.
Het is waar dat suikers een belangrijke rol spelen in de beheersing van diabetes, maar dat geldt even zeer voor vetten.
Lipiden zijn dragers van energie, vetoplosbare vitaminen (ADEK), essentiële vetzuren, sterolen; zij moeten op ons bord komen. Het probleem is dat wij allemaal te vet eten (meer dan 40% van de totale energie, terwijl slechts 30% nodig is) ofwel in de vorm van zichtbare vetten (vette producten zoals boter, olie,
) ofwel in de vorm van verborgen vetten, dit is via voedingsmiddelen waarvan vetten deel uitmaken van de ingrediënten. Voor diabetespatiënten is het noodzakelijk dat zij minder en betere vetten gebruiken, wat eigenlijk voor iedereen geldt.
De voorkeur moet uitgaan naar onverzadigde vetten, zoals mono-onverzadigde olijf-, arachide- en zonnebloemolie (oleïsol) voor het bakken van voedingswaren of naar smeerbare onverzadigde plantaardige vetten op de boterham. Oliën voor koude gerechten moeten poly-onverzadigd zijn en rijk aan vitamine E als antioxidans (soja, nieuw koolzaad of canola, noten). Diversifiëring en afwisseling van zichtbare vetten is nodig en men dient minder vette producten te kiezen zoals mager of halfvet vlees, gevogelte en vis.
|